Since the election of a pathologically lying Donald Trump as President of the United States, and in parallel, the tidal wave of fake news flooding social media, the concept of 'truth' has once again become central to journalism. You can't attend a journalism conference or open an academic paper without hearing answers about post-truth society, fact-free politics and fake news.

Al een tijdje zoekt de gevestigde journalistiek naarstig naar een antwoord hierop. Logischerwijs wordt dat antwoord vaak gevonden in: meer feiten. Google Google ontwikkelt nu hulpmiddelen voor het factchecken van websites.en Facebook Ook Facebook probeert iets te doen aan nepnieuws op het eigen platform.investeerden allebei in nieuwe factchecking tools, om gebruikers te waarschuwen voor nepnieuwsberichten in hun zoekresultaten en nieuwsfeed. Uit het project ‘Light Vases’ van Ola Lanko © Ook traditionele kranten, zoals The New York Times en The Washington Post, hebben zich volledig gestort op het factchecken: er zijn inmiddels hele redacties gewijd aan het controleren van de uitspraken Factchecking Donald Trump: de kranten in Amerika hebben het er druk mee.van president Trump. En ook Jimmy Wales, oprichter van Wikipedia, heeft zich aan het factcheckingfront gemeld: hij kondigde onlangs Wikitribune aan, een soort Wikipedia waar journalisten en burgers samen de feitelijkheid van nieuws gaan controleren. Wikitribune is een nieuwssite waarbij journalisten en lezers nepnieuws tegengaan.

Deze initiatieven vinden allemaal hun oorsprong in een bepaalde filosofische opvatting van wat waarheid precies is - een opvatting die haar grootste bloeiperiode kende in de zeventiende- en achttiende-eeuwse Verlichtingsfilosofie van denkers als René Descartes en Immanuel Kant en die in de loop van de negentiende en twintigste eeuw tot het DNA van de moderne journalistiek is gaan behoren. Het is een opvatting waar journalisten hun obsessie met feiten aan te danken hebben en waar ze ook hun streven naar objectiviteit op baseren.

Die opvatting werd door de Amerikaanse filosoof Richard Rorty in zijn boek Philosophy and the Mirror of Nature (1979) ooit samengevat als de ‘spiegeltheorie’ van waarheid: het idee dat waarheid ‘een correcte weergave’ of ‘weerspiegeling’ is van de realiteit om ons heen. Waarheid is, volgens deze filosofische school, ‘correspondence to reality’: overeenstemming met de werkelijkheid. Wat een uitspraak, stelling of theorie van de mens waar maakt, is de mate waarin deze de werkelijkheid reflecteert.

Voor een leek, niet geschoold in de filosofische finesses van waarheid, klinkt dit misschien als een open deur: natuurlijk is waarheid een juiste weergave van de werkelijkheid. Vergelijk het met een schilderij: dat noem je ‘realistisch’ als het gelijkenis toont met de realiteit waar het een afbeelding van is.

Maar in de filosofie is deze opvatting van waarheid allesbehalve onproblematisch. Er zijn hele stromingen gewijd aan de ontkrachting ervan (en Rorty behoorde tot een belangrijke spil in één van deze stromingen).

Mensen leven in verschillende realiteiten en het samenspel tussen die realiteiten noemen we ‘cultuur’ Die ontkrachtingen zijn zeer uiteenlopend, maar bevatten altijd wel een mengeling van argumenten als deze: 1) Er is niet één werkelijkheid waaraan je de uitspraken van de mens kunt toetsen; 2) Er is wel één werkelijkheid, maar daar heeft de mens geen directe toegang toe, omdat de ervaring van de werkelijkheid per definitie iets anders is dan de werkelijkheid zelf; of 3) Uitspraken van mensen zijn altijd modellen van de werkelijkheid en dus nooit ‘werkelijk’ (of zoals de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche zei: ‘Er zijn geen feiten, enkel interpretaties.’)

De moraal van al deze argumenten is min of meer hetzelfde, namelijk: er is niet zoiets als waarheid, want - voor zover er één realiteit is - ervaart, interpreteert en beschrijft iedere mens die steeds weer anders. De mens kan niet bepalen of zijn interpretatie ‘overeenstemt met de werkelijkheid.’ Het hoogst haalbare is eerder: overeenstemming tussen mensen onderling. In de woorden van Rorty: ‘We kunnen praten over hoe we onze claims rechtvaardigen, maar we kunnen niet praten over waarheid. Rechtvaardiging hangt af van een toehoorder en van een aantal waarheidsopties. Waarheid hangt nergens van af. Juist omdat waarheid nergens van afhangt, valt er niks over te zeggen.’

Dat betekent: waarheid is een sociale constructie, waar mensen zich als groepen omheen scharen. En omdat de werkelijkheid geen eenduidige interpretaties of beschrijvingen opdringt, ontstaan er allemaal verschillende sociale groepen die allemaal verschillende opvattingen koesteren over wat nu precies die werkelijkheid is waar wij - mensen - in leven.

Anders gezegd: mensen leven in verschillende realiteiten en het samenspel tussen die realiteiten noemen we ‘cultuur.’